Overslaan en naar de inhoud gaan


Artikel 131: Staten hebben toezigt en gezag over kollegiën; reglementen der kollegiën hebben kragt van inrigting; benoeming Leden kollegiën

Artikel 131

De gemelde Staten hebben het toezigt en gezag over alle Hooge en andere Heemraadschappen, Waterschappen, Dijks- en Polderbesturen en andere dergelijke kollegiën, hoe ook genaamd, binnen hunne Provincie of Landschap, onverminderd nogtans de bepaling bij het tweede gedeelte van artikel 128 voorkomende.

De laatst goedgekeurde reglementen dezer kollegiën maken den voet van derzelver inrigting uit, behoudens nogtans het regt der Staten, om daarin, onder goedkeuring van den Souvereinen Vorst, verandering te maken en onverminderd de bevoegdheid dier kollegiën, om aan de Staten zoodanige veranderingen daaromtrent voortedragen, als zij, voor het belang der Ingelanden, zullen vermeenen te behooren. Wat de benoeming en het maken van nominatiën voor gemelde kollegiën aangaat, zal daaromtrent door de Staten der Provinciën of Landschappen eene voordragt aan den Souvereinen Vorst gedaan worden.

Tijdlijn van het artikel

Tekstwijziging Herpublicatie (ongewijzigd)

Wat veranderde er ?

gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd