Artikel 67: Plaatselijke Belastingen
Iedere Gemeente heeft de beschikking over hare huishoudelijke belangen: zij legt geene Plaatselijke Belastingen op, dan ingevolge de algemeene Bepalingen bij de Wet vast te stellen, en niet anders dan met overleg van Gecommitteerden uit de Gemeente, gekozen door de Stemgeregtigde Burgers, na bekomene autorisatie van het Departementaal Bestuur, aan het welk alle plaatselijke Belastingen of Geldligtingen ter goed- of afkeuring, moeten gezonden worden.
Ten aanzien dezer Belastingen moet worden in acht genomen, dat noch de Doorvoer door, noch de Uit- of invoer naar of van andere Steden of Plaatsen worde belast; noch ook de voortbrengselen van den grond of de nijverheid van andere Steden of Plaatsen bezwaard, boven die van de Plaats zelve, waar de Belasting gelegd wordt.
Ook zullen deze plaatselijke Belastingen aan de middelen van de Nationale Finantiën niet mogen hinderlijk zijn. In zulk een geval is de Raadpensionaris gehouden de invoering daar van tegentegaan ; en wordt, ter bevordering van dit oogmerk, door de Departementale besturen van alle, door hun goedgekeurde, Plaatselijke Belastingen onverwijld geïnformeerd.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd