Artikel 13: Uitgesloten van Stemming
Van de Stemming zijn uitgesloten:
- Allen, die zig, zonder uitdruklijken last of toestemming van het Gouvernement, buiten 's Lands met de woon hebbende begeven, na hunne terugkeering, nog geene twee volle Jaaren, in deze Republiek, hunne vaste woonplaats weder persoonlijk gehad hebben.
- Allen, die in eed of bediening zijn van eenige vreemde Mogendheid, of daarvan eenig pensioen genieten.
- Alle leden van eenige Buitenlandsche Corporatiën, tot welker Lidmaatschap, het zij onderscheiding van geboorte, hetzij de aflegging van eenige godsdienstige gelofte, vereischt word.
- Alle Lijf- en Huisbedienden, die tot persoonlijken dienst behooren, en inwoonen bij hen, welken zij dienen.
- Allen, die in Wees-, Diaconie-, Arm-Huisen, of andere Gestigten, als behoeftigen onderhouden worden.
- Allen, die, in het laatst afgelopen halfjaar, tot den dag der oproeping te reekenen, uit de Armen-Kassen zijn bedeeld geworden.
- Die om verkwisting, wangedrag, of gebrek aan verstandlijke vermogens, onder Curateele staan.
- Bankbreukigen, midsgaders die genen, wier boedel insolvent verklaard is, die hunnen Crediteuren derzelver agterwezen niet ten genoegen zullen hebben voldaan, niettegenstaande zij het Beneficie van Cessie mogten hebben verkregen.
- Die door een Regterlijk Decreet in staat van beschuldiging gesteld zijn, midsgaders die, welken in regten voor eerloos worden gehouden.
- Allen, die overtuigd worden, voor geld of geldswaarde, één of meer stemmen bekomen, of verkogt te hebben.
Tijdlijn van het artikel
Tekstwijziging
Herpublicatie (ongewijzigd)
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd