Hiaten in de Grondwet
Op 15 januari jl. verscheen Hiaten in de Grondwet. Verkenningen van rechtvaardigheid in een snel veranderende samenleving. Samen met zes coauteurs stellen wij de vraag centraal of de Grondwet geactualiseerd dient te worden. Vanuit diverse wetenschappelijke achtergronden en ervaringen uit de praktijk kozen we ervoor om dit onderzoek voornamelijk te richten op artt. 1 (gelijke behandeling en discriminatieverbod) en 21 Grondwet (bewoonbaarheid en leefmilieu).
Inhoud
Aanbevelingen Staatscommissie-Grondwet
De vraag die we ons daarbij stelden is of er in de huidige tijd nog wel voldoende rechtsbescherming is voor burgers, nu sociaaleconomische rechtvaardigheid en sociaalecologische rechtvaardigheid – of beter, het gebrek daaraan – prangende thema’s zijn. Bij de ontwikkeling van deze gedachten is onder andere inspiratie ontleend aan het werk van de Staatscommissie-Thomassen, die op 9 juli 2009 werd ingesteld door het kabinet-Balkenende IV om een advies te schrijven over een eventuele herziening van de Grondwet, en met name de toegankelijkheid van die Grondwet.
De Staatscommissie concludeerde dat de Grondwet op bepaalde punten geactualiseerd diende te worden om aansluiting te houden bij de tijd: “Een Grondwet die bij deze veranderingen onvoldoende aansluit, boet in aan normativiteit.” Ook adviseerde ze om de toegankelijkheid van de Grondwet te verbeteren door de formulering van de artikelen te vereenvoudigen. Tevens zou in het onderwijs meer aandacht aan de Grondwet moeten worden besteed. De Staatscommissie stelt in het eindverslag zelfs dat er goede redenen zijn om het toetsingsverbod (art. 120) in heroverweging te nemen. De aanbevelingen van de Staatscommissie zijn echter nauwelijks gerealiseerd. Dit benadrukt des te meer het belang van een kritische reflectie op de effectiviteit en relevantie van de Nederlandse Grondwet in een snel veranderende wereld.
Artikel 1 en artikel 21
In ‘Hiaten in de Grondwet’ laten de auteurs zien hoe de twee artikelen uit de Grondwet (artt. 1 en 21) met elkaar zijn vervlochten en bij de tijd zouden moeten worden gebracht. Vanuit de wetenschap en de praktijkervaringen worden hiaten besproken, die gericht kunnen worden aangepakt.
Met betrekking tot artikel 1 blijkt het continu up-to-date houden van de in het artikel genoemde gronden vanuit het perspectief van de burger van belang. Dit kan samengaan met het inleiden van de Grondwet door een preambule en het levend houden van de wet via informatie en communicatie. Artikel 21 dient opnieuw te worden bezien, en wel vanuit een ecocentrisch wereldbeeld waarbij sociaalecologische ongelijkheid in relatie tot de sociaaleconomische ongelijkheid wordt erkend, net als het belang van toekomstige generaties.
Van sociaal naar klassiek grondrecht
De Grondwet zou verder kunnen worden versterkt door artikel 21 , dat nu een sociaal grondrecht is, een sterkere status te geven, vergelijkbaar met artikel 1. Wij realiseren ons dat een aanpassing van de Grondwet ingrijpend is en dat het niet alleen hierom gaat. Bovendien – zo schrijven wij ook in het boek – kunnen sociale grondrechten wel degelijk bescherming bieden en een directe werking. We stellen dat het EVRM en het EU-recht artikel 21 van de Nederlandse Grondwet ondersteunen en concretiseren. Artikel 21 is dus ingebed in een dynamische en ondersteunende, internationaal juridische context.
Tot nu toe zijn er geen voorbeelden van landen die een sociaal grondrecht hebben omgevormd naar een klassiek grondrecht. Bovendien moet een (nieuw) klassiek grondrecht zich altijd verhouden tot bestaande Europese regelgeving en jurisprudentie. Daarbij ontstaan er mogelijk risico’s wanneer rechters directe toetsingsruimte krijgen. We realiseren ons terdege dat een sociaal grondrecht niet zomaar veranderd kan worden in een klassiek grondrecht. Dat heeft ermee te maken dat deze grondrechten fundamenteel verschillen in hun aard en doel.
Verantwoordelijkheid van de wetgever
Vanuit de gedachte dat de Nederlandse wetgever ook een verantwoordelijkheid heeft om rechtsbescherming te borgen in nationale context zou echter wel overwogen kunnen worden om artikel 21 Grondwet te versterken, bijvoorbeeld door het directer afdwingbaar te maken voor de rechter, wat een meer klassiek aspect zou toevoegen aan de invulling van die rechten. Hiermee zou artikel 21 in de loop van de tijd verder uitgewerkt kunnen worden of kunnen er specifieke vormen van naleving worden gecreëerd. Ook zou de sociale aard van het recht hiermee fundamenteel intact blijven en is er geen complete herinterpretatie van het recht nodig.
We concluderen dat meerdere artikelen uit de Grondwet op actualisatie onderzocht zouden moeten worden. Een geactualiseerde Grondwet komt namelijk dichter bij de samenleving en vergroot de rechtsbescherming voor burgers in een steeds diverser wordende samenleving. De wet is dan niet langer vooral een juridisch handboek voor staatsrechtelijke instituties, maar een levende maatschappelijke leidraad voor ons allen.
Hiaten in de Grondwet is uitgegeven en verkrijgbaar bij Boom Juridisch.
Dr. Joyce Sylvester (1965) is dijkgraaf van het waterschap Amstel Gooi en Vecht en voorzitter van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Hiernaast is Sylvester Academic Fellow aan de Universiteit Utrecht, bij de faculteit Recht, Economie, Bestuur & Organisatie (REBO). Eerder was ze senator namens de PvdA (2003-2015). In 2000 promoveerde ze op ‘De praktijk van privatisering’. Haar autobiografie kwam uit in 2021.