Artikel 19: Vrijheid van godsdienst
Elk Burger heeft vrijheid, om God te dienen naar de overtuiging van zijn hart. De Maatschappij verleent, ten dezen opzigte, aan allen gelijke zekerheid en bescherming; mids de openbaare orde, door de Wet gevestigd, door hunnen uiterlijken eerdienst nimmer gestoord worde.
Elk Burger heeft vrijheid, om God te dienen naar de overtuiging van zijn hart. De Maatschappij verleent, ten dezen opzigte, aan allen gelijke zekerheid en bescherming; mids de openbaare orde, door de Wet gevestigd, door hunnen uiterlijken eerdienst nimmer gestoord worde.
Elk hoofd eens Huisgezins, en op zich zelf staand Persoon van beiderlei Kunne mits den ouderdom van veertien jaar bereikt hebbende, doet zich inschryven by een of ander Kerkgenootschap, hetwelk vrywillig kan verlaten worden, om tot een ander over te gaan.
Voor ieder Kerkgenootschap wordt van de alzo ingeschreven Leden tot onderhoud van deszelfs Dienaren en Eigendommen, eene Jaarlyksche gift gevorderd, niet te boven gaande eene zekere bepaalde Som, achtereenvolgens het gene aangaande dit een en ander nader by de Wet zal worden vastgesteld.